kweekwijze

verschillende populaire soorten orchideeën…

Met dank aan Bert van Zuylen voor het beschikbaar stellen van de informatie

PHALAENOPSIS
NR2_PHALAENOPSIS_BEPPIE_KOSPhalaenopsis is een plant die oorspronkelijk voorkomt in Zuidoost-Azië, in Australië en op de Filippijnen. U kunt ze herkennen aan de gladde, glanzend groene, tongvormige bladeren. In de vrije natuur groeien ze in bomen, op takken net onder de kroon van de boom. Zo worden de tere bladeren niet blootgesteld aan het felle zonlicht en krijgen de planten altijd voldoende bewegende lucht. De naam Phalaenopsis betekent zoveel als “bloemen die op vlinders lijken”. Vaak hebben ze lange bloemstengels met grote witte, roze of gestreepte bloemen. De laatste tijd worden ook volop planten met gele bloemen te koop aangeboden, meestal met roze strepen, stippels of vlekken.

Als het blad slap gaat hangen moet u oppassen:
Het kan betekenen dat de plant te droog is, dat is simpel, dan gewoon wat beter water gaan geven.
Maar het kan ook zijn dat de plant veel te nat is, doordat hij bijvoorbeeld in een glazen vaas of dichte overpot staat, of omdat de potgrond verteerd is.
De wortels zijn daardoor weggerot en de plant kan dus geen water meer opnemen.
Haal de plant dan uit de pot en schud al de viezigheid en resten potgrond eruit. Knip alle rotte en zacht geworden wortels eraf en pot de plant opnieuw op in een plastic binnenpot met goede afwateringsgaten in nieuwe speciale orchideeënaarde.
De eerste paar dagen geen water geven zodat de wonden even kunnen opdrogen

DENDROBIUM
De planten die we hier in de winkels kunnen kopen zijn hybriden. Een hybride wordt gemaakt door de ene plant te kruisen met een andere plant.
De bedoeling is dan dat de nieuwe planten alle goede eigenschappen van de twee ouderplanten overnemen.
Phalaenopsis (spreek uit als Falle-nopsis) zijn makkelijk te kweken planten, als u maar voor een paar belangrijke dingen zorgt. Zo mag U ze nooit in de felle zon zetten, want dan zullen de bladeren verbranden. Dat ziet er niet alleen heel lelijk uit, het zal op den duur ook het einde van de plant betekenen. Ook mag de “potgrond” nooit drijfnat of kurkdroog zijn. Nadat ze water gekregen hebben, laat u de “potgrond” opdrogen en pas dan geeft u opnieuw water. Eén keer per maand een beetje orchideeënmest vinden ze heerlijk. Zorg er ook voor dat er nooit water in het hart van de plant blijft staan. En als laatste moet u ervoor proberen te zorgen dat de temperatuur van de plaats waar de plant staat ’s nachts niet beneden de 14°C komt. Als u ze op deze manier verzorgt zullen ze u rijkelijk belonen met hun schitterende bloemen. Bloemen die ook nog eens heel lang mooi blijven. Planten die 4 maanden bloeien zijn geen uitzondering.
Net zoals Phalaenopsis komt Dendrobium ook uit Zuidoost-Azië, Australië en de Filippijnen. Maar Dendrobium is een veel groter geslacht, er zijn meer dan 1500 verschillende soorten bekend. Dendrobium wordt uitgesproken als Den-droo-bie-jum. Dendrobiums kunnen nogal wat licht verdragen, maar mogen natuurlijk niet in de felle zon geplaatst worden.
De Dendrobiums die we hier kunnen kopen zijn in 2 groepen te verdelen:

Dendrobium nobile

Dendrobium nobile

De “nobile”groep. De planten uit deze groep hebben lange, stakerige stammen die onderverdeeld zijn in stukjes. Op de overgang van het ene stuk naar het andere staan de bladeren en daar verschijnen ook de bloemen. Die bloemen zijn wit, rood, geel, paars, oranje of roze van kleur, of combinaties hiervan. Deze planten willen in de winter liever wat droger en wat koeler gekweekt worden, en mogen dan ook wat meer licht krijgen. In de zomer krijgen ze wat meer water, mogen ze wat warmer staan en krijgen ook wat mest. Een plekje in de tuin vinden ze heerlijk, alleen moet u er wel voor zorgen dat ze dan niet in het felle zonlicht of in de regen staan. Ook is het raadzaam om de planten op te hangen zodat ze beter beschut worden tegen vraatzuchtige insekten.

Dendrobium phalaenopsis

De “phalaenopsis”groep. Deze planten hebben ook stakerige stammen, maar die zijn niet zo duidelijk verdeeld in stukken. Ook de bloeiwijze is anders, hier zullen aan de top van de stam bloemstengels verschijnen. De vlinderachtige bloemen blijven lang mooi en zijn meestal wit, roze of paars van kleur. Maar er zijn er ook die deze kleuren combineren. Deze planten mogen het hele jaar door op een warm plekje in de huiskamer staan. Ze hebben geen periode waarin ze wat minder water krijgen. Zorg ervoor dat de “potgrond” af en toe een beetje op kan drogen.

 

 

 


MILTONIA

miltonia
Miltonia’s komen oorspronkelijk uit Midden- en Zuid-Amerika. Daar groeien ongeveer 15 verschillende soorten in de vrije natuur. Ze groeien in bomen, beschermd tegen de felle zon door de beschutting van het bladerdek. Miltonia’s bloeien met grote bloemen die op viooltjes lijken. De bloemen, in kleuren als wit, geel, roze en paars, hebben prachtige tekeningen en er zijn erbij die heerlijk ruiken.
De naam wordt uitgesproken als Milt-toon-ie-ja.
Miltonia’s zijn niet de makkelijkste orchideeën, maar de prachtige bloemen zorgen voor zo’n rijke beloning dat het de moeite van het proberen waard is.
In tegenstelling tot verschillende andere orchideeën mag de “potgrond” nooit helemaal opdrogen, ze moet licht vochtig blijven.

Natuurlijk mag ze ook niet drijfnat blijven, dan zouden de tere wortels wegrotten.
De kunst is om de gulden tussenweg te vinden.
Dat geldt ook voor de lucht rond de planten.
Het mooist is een luchtvochtigheid van rond 60%, maar die lucht moet eigenlijk wel constant bewegen. Een kleine ventilator op de vensterbank is ideaal voor deze planten. Maar tocht van zowel koude als warme lucht is funest. Heel vaak worden de potten op schaaltjes met hydrokorrels gezet, de schaaltjes worden dagelijks tot net onder de bodem van de pot volgegoten met water. De opstijgende lucht is zo wat vochtiger dan normaal en dat is iets waar heel veel orchideeën voordeel aan beleven.

CATTLEYA
cattleyaEén van de mooiste orchideeën aller tijden is ongetwijfeld de Cattleya, de bijnaam “koningin van de orchideeën” heeft ze niet voor niets gekregen.
Cattleya’s groeien in Midden- en Zuid Amerika. Ze groeien op takken en tegen de stammen van bomen, op plaatsen waar ze nogal wat licht ontvangen. Daarom verlangen ze in de huiskamer ook een plekje waar ze veel licht krijgen, maar direkt zonlicht is zelfs voor deze taaie planten funest. Vroeger waren de aangeboden Cattleya’s vaak forse planten, tegenwoordig is het formaat van de planten, door bepaalde soorten te kruisen, aangepast, zodat ze makkelijk op de vensterbank gekweekt kunnen worden.

Cattleya wordt uitgesproken als Kat-leej-ja.
De ideale nachttemperatuur ligt rond de 15°C, overdag mag het gerust wat warmer worden. In de zomer mogen deze orchideeën op een beschut plaatsje in de tuin gezet worden. Tijdens de groeiperiode mogen ze nogal wat water en ook wat bemesting stellen ze op prijs. Als u de planten na de zomer weer naar binnen haalt, moet u de planten en de potten goed controleren op ongedierte! Tussen elke twee waterbeurten in mag de “potgrond” bijna opdrogen. Zorg echter wel voor een wat vochtigere lucht rond de plant. Dat kan door ze op schaaltjes te zetten die met kleikorreltjes en water zijn gevuld.

MEST
Over het bemesten van orchideeën is inmiddels al heel veel geschreven en daar zijn ook heel veel verschillende manieren voor.
We hebben het een beetje eenvoudig voor u gemaakt:
De planten zonder schijnknollen,
zoals de Phalaenopsis kunt u het hele jaar rond elke maand een beetje orchideeënmest geven (of gewone kamerplantenmest, maar dan met 2x zoveel water als op de gebruiksaanwijzing staat).
Planten met schijnknollen (= verdikte stengeldelen),
zoals bijvoorbeeld de Dendrobium, Oncidium, Cattleya en Miltonia, gedurende het groeiseizoen van maart tot oktober elke twee weken een beetje orchideeënmest geven (of gewone kamerplantenmest, maar dan met 2x zoveel water als op de gebruiksaanwijzing staat). In de periode tussen oktober en maart geen mest geven, de plant wat koeler zetten en heel weinig water geven.
Deze planten willen dus een echte rustperiode hebben.

ALGEMEEN
Als u uw orchideeën water geeft, geef dan niet een heel klein beetje per keer, maar geef ze veel water, waarbij het water onder uit de pot stroomt en alle wortels in aanraking zijn gekomen met het water. Door de plant te dopen gaat dat het makkelijkste. Wel even de plant bovenop de pot vasthouden, want anders springt hij de pot uit. Pas weer water geven als de plant weer bijna is opgedroogd. Sla gerust eens een plant die nog nat is een keer over bij de wekelijkse watergeef-ronde.